6 bijdehante antwoorden op brutale vragen

Illustratie: Gerrie Hondius voor het tijdschrift Lotje&co

Gerrie Hondius

Brutalen hebben de halve wereld. Maar meestal geen gehandicapt kind. Dat merk je aan de onbeschaamde, vaak kwetsende vragen die ze je stellen. Voor het tijdschrift Lotje&co schreef ik een artikel met bijdehante antwoorden voor ouders. Lees (en huiver) mee.

1. Is die andere wél goed?
Daar sta je dan, met je aangepaste duowandelwagen bij de slager. Met één kind dat kennelijk ‘niet goed’ is. En een wolk van een baby ernaast. “Euh, ja…” stamel je ongetwijfeld beleefd. Om ’s nachts te bedenken wat je wél had moeten zeggen…

Het antwoord
“Helaas wel ja! Ik heb mijn handen vol aan zo’n gezond kind, zeg. Het ziet er naar uit dat deze dus gewoon gaat lopen en praten en dat ‘ie alles snapt. Wát een gedoe. Als ik dat van tevoren had geweten, was ik nooit aan een tweede begonnen!”

 

 2. Goh, hij had toch al dood moeten zijn?
Zei ze dat echt? Ja. Ze zei het echt, die vage kennis. Over jouw kind met een – dat had ze goed onthouden– levensbedreigende ziekte. Typisch zo’n vraag die je je ergste vijand niet toewenst. Moet je nou lachen of huilen? Of allebei?

Het antwoord
“Tja. Eigen willetje hè? Wat doe je eraan.” Of als je nog een stapje botter durft: “Ja, heel onhandig. We hadden er ook niet meer op gerekend. En nu komen we een kamer te kort in huis.”

 

3. Hij ziet er best goed uit voor een Mongooltje.
Zoals zoveel van de vragen in dit artikel, geldt ook hierbij: je verzint het niet. Je verzint niet dat iemand zo over jouw kind spreekt. En de logica is al helemaal ver te zoeken. Eén troost: mensen die zulke vragen stellen, hebben zelf meestal een niet al te fantastisch IQ. Hoe goed ze er ook uit zien.

Het antwoord
“Ja, hij lijkt op mij,” is een optie. Of, als hij nog broertjes of zusjes heeft: “Ja vind je ook niet? Het is de knapste van de drie!” “We hebben z’n ogen recht laten zetten, kun je het zien?” kan natuurlijk ook. Of laat je kind zelf “Dank je wel” zeggen. Zien ze meteen dat ‘ie ook nog eens goed is opgevoed.

 

4. Goed hè, wat ze allemaal tegenwoordig bedenken?
Uhm ja, inderdaad, vroeger bestonden al die hulpmiddelen nog niet. Maar vroeger deed je ook de afwas nog met de hand, zat je bakelieten telefoon aan een achterlijke draad en had je welgeteld twee tv-zenders. Er is een woord voor ‘wat ze tegenwoordig allemaal bedenken’. Vooruitgang. Dat is niet ‘goed’, dat is niet meer dan normaal.

Het antwoord
Het liefst zou je het relaas hierboven houden. Maar dan kom je ook weer zo verbitterd over. En de buitenwereld wil graag dat je blij bent met je gehandicapte kind. Een diplomatiek antwoord zou zijn: “Nou. We zouden zelf ook niet meer zonder onze laptop of TomTom kunnen toch?” Of ga er gewoon wel vol in: “Moet ik soms ook elke ochtend van dankbaarheid over de grond rollen dat ze ooit de contactlens hebben uitgevonden?” Dan maar verbitterd.

 

 5. Krijgen jullie dat allemaal vergoed?
Stom, maar bij zo’n vraag lijkt het toch een beetje alsof ze naar je salarisstrook vragen. Of je seksleven. Iets dat niemand wat aan gaat in ieder geval.

Het antwoord
Zeg je ‘ja’, dan lijkt het of de hulpmiddelen je gratis om de oren vliegen. Terwijl je er A. vaak voor moet vechten en B. de helft van het leven van je kind op wacht. Zeg je ‘nee’, dan klinkt het ook weer zo ondankbaar. Want  we boffen heus dat we in Nederland en niet in Afrika wonen. De waarheid ligt dus in het midden. Met: “We krijgen genoeg”, geef je een goed signaal dat je het er verder niet over wilt hebben. Ook een prima antwoord als er naar je seksleven wordt gevraagd, trouwens.

 

6. Is dat úw kind?
Als je met je andere kind(eren) over straat loopt, informeert niemand of ze van jou zijn. Dat zou een absurde vraag zijn om zomaar aan een vader of moeder te stellen. Zodra je een rolstoeltje duwt of met een kind loopt dat ‘anders’ is, is het kennelijk wel geoorloofd. Het zou namelijk zomaar kunnen dat je de vrijwilligster bent. Of de speciale juf. En dat willen de mensen graag even checken.

 Het antwoord
“Gaat u geen donder aan,” is prima bij personen waarvan je zeker weet dat je ze nooit meer ziet. Maar je wilt de buschauffeur of bakker nog kunnen groeten de dag erna. Kies dan voor: “Nee, van de melkboer” (vooral leuk bij de bakker) of: “Nee, ik duw hem voor m’n lol rond.” Knipoogje erbij. Even goede vrienden.

 

P.S. Voor de vandaag verschenen nieuwe Lotje&co schreef ik ’10 tips tegen een winterdip’. 

Tags: , , , , , , ,

Related Posts

Previous Post Next Post
151 shares